Curriculum vitae van kandidaat f0213b

 

Persoonlijke gegevens

Voornaam                                Lex

Woonplaats                              Hilversum

Geboortejaar                            1950

 

Opleiding

HBO/juridisch

                                                                                               

Werkervaring

1-1-2006 – heden                   interim werkzaamheden voor diverse instellingen en bedrijven

 

17-2-2003 – 31-12-2005       Sociale Dienst Amsterdam, regio Zuidoost

                                               Functie: interim manager, zelfstandige

Op diverse basiseenheden gewerkt als senior medewerker. Sinds 2004 als interim manager van 2 afdelingen met een totale bezetting van 24 personen en 1900 cliënten. Het doel van deze opdracht: kwaliteitsverbetering, bewerkstelligen cultuuromslag en voorbereiden op de nieuwe dienst Werk en Inkomen.

 

1-5-2001 – 17-2-2003           VDS Groep te Huizen

                                               Functie: directeur

De VDS Groep bestaat uit een aantal B.V.’s en is voornamelijk werkzaam in de Thuiszorg op het gebied van levering van AWBZ verpleegartikelen en WVG artikelen.

 

1-6-1999 – 1-5-2001             Gemeente Pijnacker

                                               Functie: interim manager

Via een detacheringsbureau werkzaam geweest als interim manager en in die hoedanigheid als hoofd afdeling welzijn werkzaam geweest. Tevens een bijdrage geleverd aan de samenvoeging van de afdeling Welzijn en de afdeling sociale zaken tot één afdeling.

 

1-1-1990 – 1-6-1999             Gemeente Loosdrecht

                                               Functie: hoofd sector welzijn en burgerij, tevens MT lid.

Vanaf 1-1-1991 in deze gemeente loco-secretaris en gedurende de periode 1-5-1995 tot en met 31-1-1997 als loco secretaris gefungeerd. Wegens ziekte van de secretaris in de periode 1-7-1997 tot en met 31-5-1999 wederom als loco secretaris gefungeerd. Gedurende deze perioden zeer nauw betrokken geweest bij de reorganisatie van het ambtelijk apparaat. Uit hoofde van projectmanager personeelszaken betrokken geweest bij de inpassing van het personeel in de nieuwe organisatie. In de periode 1-10-1997 tot en met 1-10-1998 tevens projectleider bij de sloop van de bestaande – en de bouw van een nieuwe sporthal in Loosdrecht.

 

1-8-1978 – 1-1-1990              Gemeente Loosdrecht

                                                Functie: hoofd afdeling sociale zaken en huisvesting

 

1-8-1970 – 1-8-1978              Gemeente Oosterhout en gemeente Dongen

                                                Diverse functies

 

1-7-1968 – 31-7-1970            Detam te Utrecht

                                                Functie: uitkeringsmedewerker

                                                  

                                   

Overige functies

-          lid/plv. voorzitter van de Sociale kamer voor de bezwaarschriftencommissie van de gemeente Nieuwegein

-          penningmeester van de stichting ter behartiging van de belangen van de gezondheidszorg te Loosdrecht

-          secretaris van de Raad van Toezicht van de stichting onderwijs aan zeer moeilijk lerenden, De Mozarthof, te Hilversum

-          secretaris van de Algemene Woningbouw Vereniging Loosdrecht (AWVL)

-          penningmeester van de stichting vrijwilligers terminale zorg te Hilversum

-          secretaris/penningmeester van de stichting vrienden van de stichting vrijwilligers terminale zorg te Hilversum

 

 

Overzicht verrichte werkzaamheden

 

1968 – 1970

Werkzaam bij de Detam (bedrijfsvereniging voor detailhandel en ambachten) te Utrecht op de nieuw opgerichte afdeling WAO. Werkzaam als uitkeringsmedewerker.

 

1-8-1970 tm 31-7-1975

Werkzaam bij de gemeentelijk sociale dienst te Oosterhout. Aanvankelijk als administratief medewerker. Na enkele maanden werd de functie van kassier vervuld. Vanaf 1 januari 1976 werkzaam bij de toenmalige afdeling verhaal, Vertegenwoordiging van de gemeente in kantongerechtzaken. Vanaf 1 januari 1977 als bijstandsmaatschappelijk werker bij de buitendienst van de sociale dienst werkzaam.

In deze periode werden diverse afdelingen van de sociale dienst doorlopen en werd inzicht verkregen in de vele procedures.

 

1-8-1975 tm 31-7-1978

Werkzaam bij de afdeling sociale zaken van de gemeente Dongen. Samen met het hoofd van de afdeling en de chef buitendienst vormde ik de leiding van de afdeling. In die periode was ik belast met de behandeling van de bezwaarschriften ( in het bijzonder dien ingevolge de toenmalige Wet Werkloosheidsvoorziening); de vertegenwoordiging van de gemeente in beroepszaken bij Gedeputeerde Staten en in verhaalszaken bij de kantonrechter.

 

1-8-1978 tm 31-5-1999

Werkzaam bij de gemeente Loosdrecht als directeur van de dienst sociale zaken. Deze kleine gemeente had destijds een eigen tak van dienst. Bij deze tak van dienst waren slechts 2 personen werkzaam. Loosdrecht was een kleine gemeente met relatief weinig uitkeringsgerechtigden

Aangezien “huisvesting “ een belangrijk onderwerp ging vormen, heb ik bewerkstelligd dat de sociale dienst werd opgeheven en werd omgevormd naar een afdeling sociale zaken. Onder die afdeling werd ook “huisvesting” ondergebracht en vond een personeelsuitbreiding plaats. In enkele jaren groeide het aantal medewerkers bij de afdeling naar 4. Ik gaf destijds leiding aan de afdeling en vertegenwoordigde de gemeente in beroepszaken bij Gedeputeerde Staten van Utrecht, kantongerecht- en arrondissementsrechtbankzaken en bij de Raad van State. De destijds geldende huisvestingsverordening leidde tot diverse beroepszaken bij de Raad van State. De verordening woonruimteregels werd aangepast en toegeschreven naar één gewestelijk model woonruimteregels binnen het gewest Gooi en Vechtstreek.

In die periode was ik tevens secretaris van het college voor de verlening van bijstand. Vanwege modernisering van het bestuurlijk apparaat, gericht op transparantie en zo min mogelijk bureaucratie kreeg ik de opdracht een ander model voor de besluitvorming inzake bijstandszaken te formuleren.

Dat mondde uiteindelijk uit in de opheffing van het college voor de verlening van bijstand (dat in de kleine gemeente uitermate gevoelig lag). De besluitvorming op bijstandszaken werd door het college gemandateerd aan het hoofd van de afdeling sociale zaken.

 

Als hoofd van de afdeling sociale zaken leverde ik een aanzienlijke bijdrage in de totstandkoming van een nota voor de colleges en raden van de (toenmalige) gemeenten Maarssen, Loosdrecht, Maartensdijk, Wilnis, Vinkeveen en Waverveen, Mijdrecht, Breukelen, Abcoude en Loenen a.d.Vecht. Op basis hiervan werd voor die gemeenten het instituut sociale recherche in de toenmalige regio Noord West Utrecht ingesteld.

 

Eveneens leverde ik een bijdrage in de totstandkoming van een nota inzake het toeslagenbeleid. Deze nota diende om tot één regionaal beleid in de Divosakring Gooi en Vechtstreek te komen. Overeenkomstig deze nota werd een regionaal toeslagenbeleid binnen genoemde kring ingevoerd.

 

Aangezien mijn ambities verder reikten, zocht ik binnen de Loosdrechtse organisatie naar meer emplooi. Vanwege de pensionering van de toenmalige chef financiën, die tevens hoofd personeelszaken was, werd ik naast mijn functie van hoofd sociale zaken, tevens hoofd personeelszaken. De salarisadministratie werd uitgevoerd door een medewerker van de afdeling financiën. Als hoofd personeelszaken vervulde ik een rol in de omzetting van het afdelingsmodel naar een sectorenmodel. Dat hield in dat afdelingen werden samengevoegd en er 3 sectoren werden gevormd. In die periode was ik nauw betrokken bij de besprekingen met de O.R.; de werving en selectie van personeel; de inpassing van het zittende personeel (ik fungeerde tevens als secretaris van de inpassingscommissie) en de implementatie van het nieuwe model.

Er werden drie sectoren gevormd. Eén van die sectoren was de sector welzijn en burgerij. Onder die sector vielen de taakvelden welzijn, onderwijs sport, cultuur, sociale zaken, huisvesting en burgerzaken.

Met alle commotie die een dergelijke reorganisatie met zich meebrengt kon ik goed omgaan. Het was een uitdaging om de reorganisatie te doen slagen en de sectoren tot een goed geoliede organisatie te laten functioneren. Uitgangspunten daarbij waren: de verantwoording zo laag mogelijk in de organisatie; mandatering en delegatie; open en heldere communicatie zowel in – als extern; laagdrempelig.

 

Per 1-1-1991 werd ik als 1e loco secretaris benoemd. Deze functie werd vervuld naast die van sectorhoofd welzijn en burgerij. Bij afwezigheid van de gemeentesecretaris nam ik hem waar. Gedurende de periode 1-5-1995 tm 31-7-1997 vervulde ik zijn functie geheel. In die periode moest het nodige aan en in de organisatie gesleuteld worden. Er ware ernstige onoverbrugbare tegenstellingen gerezen tussen de toenmalige gemeentesecretaris en de rest van het ambtelijk apparaat. Het wantrouwen moest weggenomen worden, verstoorde verhoudingen hersteld en de productie worden opgevoerd. Door de komst van een nieuwe gemeentesecretaris, keerde ik volledig terug naar mijn oorspronkelijke functie van sectorhoofd welzijn en burgerij. Tijdens een speech in de laatste door mij in mijn hoedanigheid van secretaris bijgewoonde raadsvergadering sprak de nestor van de raad als volgt: “het is u gelukt de mensen voor en met elkaar te laten werken en zelfs weer te laten lachen”. Ik beschouwde dat als een compliment

 

Door de komst van de nieuwe gemeentesecretaris viel de nodige tijd vrij. Onder de sector welzijn en burgerij viel ook sportzaken. In de gemeente moest een oude sporthal worden vervangen door een nieuwe sporthal die voldeed aan de eisen des tijds en aan de eisen van de NOC*NSF m.b.t. wedstrijdsporten. Gedurende de periode 1-10-1997 tm 1-10-1998 was ik projectleider van het project “sporthal Eikenrode”. Door vooraf tijdig en goed te overleggen met de gebruikers van de sporthal, de aannemer, het gemeentebestuur en het gemeentelijk apparaat, werd bereikt dat binnen een jaar een oude sporthal werd gesloopt en een nieuwe sporthal werd gerealiseerd. In die periode moesten de gebruikers van de gesloopte sporthal elders ondergebracht worden. Door samenwerking van alle partijen, waarbij ik een initiërende rol vervulde, kon van een geslaagd project worden gesproken dat ruimschoots binnen de beschikbaar gestelde financiën werd gerealiseerd.

 

Door ziekte van de gemeentesecretaris fungeerde ik in de periode 1-7-1997 tm 30-6-1998 regelmatig als secretaris en vanaf 1-7-1998 tm 31-5-1999 volledig als secretaris. In die periode was ik zeer nauw betrokkene bij de samenvoeging van de afdelingen sociale zaken van de gemeenten Loosdrecht, ’s-Graveland en Nederhorst den Berg. Deze samenvoeging vond plaats wegens de op handen zijnde gemeentelijke herindeling van de drie gemeenten tot één gemeente (Wijdemeren). Eveneens was ik zeer nauw betrokken bij de besprekingen tussen de colleges en gemeenteraden met betrekking tot de samenvoeging van de drie gemeenten. Dit kreeg een extra dimensie omdat Loosdrecht tot de provincie Utrecht behoorde. Vanuit deze provincie bestond aanvankelijk de nodige weerstand tegen de samenvoeging. Ook bij het overleg tussen het Loosdrechtse college van B & W en de provincie Utrecht was ik nauw betrokken.

Het behoeft geen betoog dat in de hiervoor genoemde perioden vele beleidsstukken dienden te worden opgesteld. Een aantal hiervan rechtstreeks door de (loco) secretaris; een aantal door de diverse afdelingen binnen het eigen apparaat waarbij ik als initiator optrad.

 

Aangezien mijn interesse ook buiten de gemeentelijke organisatie lag, richtte ik mijn eigen advies en interim management bureau op en vond inschrijving bij de Kamer van Koophandel plaats.

 

Vanwege de samenvoeging van de afdelingen sociale zaken kwam ik in contact met Kooyenga te Dokkum. Vanuit die contacten kwam het aanbod om voor Kooyenga te komen werken. Dat werd als een nieuwe uitdaging ervaren.

 

1-6-1999 tm 30-4-2001

Werkzaam via Kooyenga te Dokkum en gedetacheerd bij de gemeente Pijnacker, aanvankelijk als beleidsmedewerker welzijn en later als hoofd van de afdeling welzijn. Bij aanvang van de werkzaamheden in Pijnacker diende de verstoorde verhoudingen tussen gemeentebestuur en welzijnsinstellingen (van groot tot klein) te worden genormaliseerd en een goede samenwerking te worden gerealiseerd. Het subsidiebeleid diende, mede met het oog op de gemeentelijke financiën, te worden herschreven. Er diende pijnlijke ingrepen te worden gedaan.

Het is gelukt om met alle verenigingen en instellingen binnen een jaar “on speaking terms” te komen, wantrouwen ten opzichte van elkaar weg te nemen en consensus te vinden in een nieuwe subsidieverordening.

Voorts werd als beleidsmedewerker een bijdrage geleverd aan een andere financiële opzet van de GGD welke vanuit Delft o.a. voor Pijnacker en omliggende gemeenten werkzaam was. Tevens werd een bijdrage geleverd aan de herstructurering van het Regionaal Indicatie Orgaan.

 

In Pijnacker werd een samenvoeging van de afdeling welzijn met de afdeling sociale zaken voorgestaan. Hieraan heb ik een bijdrage mogen leveren door enerzijds mede te werken aan de diverse beleidsstukken en anderzijds door de medewerkers te stimuleren en te motiveren om van de samenvoeging van een nieuwe afdeling een klantgerichter en klantvriendelijker werkwijze te komen. Door zowel het toenmalige gemeentebestuur, de medewerkers en de welzijnsinstellingen werd ervaren dat een goede zet was gedaan door samenvoeging van de afdelingen en de openheid die werd betracht.

Zelfs de zeer kritische cliëntenraad sociale zaken en het Gehandicaptenplatform konden overtuigd worden van de noodzaak tot samenwerking en commitment.

 

Het werken in Pijnacker was uitermate enerverend, leerzaam en succesvol.

 

1-5-2001 tm 16-2-2003

Ik werd door de DGA van de VDS Groep te Huizen benaderd met de vraag of ik als directeur voor zijn bedrijf wilde werken. Na een inwerkperiode lag het in de bedoeling dat de DGA zich zou terugtrekken en als commissaris op de achtergrond aanwezig zou zijn. De VDS groep houdt zich bezig met de uitleen, opslag en onderhoud van de AWBZ uitleenartikelen en was tevens leverancier van WVG hulpmiddelen (van rollator tot scootmobiel en van douchezitje tot traplift) in de regio Gooi en Vechtstreek. Daarnaast verzorgde de VDS Groep de bezorging en het onderhoud van de AWBZ uitleenartikelen van de Amsterdamse Thuiszorg. 

 

Voorafgaand aan de indiensttreding bij de VDS Groep werd contractueel vastgelegd hoe te handelen bij onoverbrugbare verschillen van inzicht en mening.

 

Bij mijn indiensttreding bij de VDS groep kreeg ik als taak: opzetten van een gedegen financiële administratie, voorraadadministratie en debiteuren/crediteurenadministratie. Tevens moest andere huisvesting worden gerealiseerd en de Thuiszorgwinkel worden uitgebouwd tot een uniek geheel binnen de regio Gooi en Vechtstreek. Ook moest een personeelsbeleid worden opgezet en moest een deel van het personeel van de stichting Thuiszorg Gooi en Vechtstreek (met haar eigen CAO) overgenomen worden en ingepast in de VDS Groep (met een andere CAO).

 

Door de toename van het aantal Europese aanbestedingen op het gebied van de WVG hulpmiddelen moest tevens getracht worden om ook elders in het land als leverancier van WVG artikelen opdrachten te verkrijgen.

 

Er ontstond in deze hectische periode een verschil van inzicht tussen de DGA en mij, hetgeen resulteerde in de inschakeling van de bij het indiensttreding opgestelde contract vastgelegde mediator. De DGA wenste echter geen water bij de wijn te doen, hetgeen resulteerde dat er een onwerkbare situatie ontstond. Dat was voor mij aanleiding om mijn eigen activiteiten via het eigen advies en interim management bureau te gaan uitoefenen.

 

17-2-2003 tm 31-12-2005

Werkzaam voor de Sociale Dienst Amsterdam, regio Zuidoost, op diverse basiseenheden. Doel: kwaliteitsverbetering en verhoging van de productiviteit. Sinds 1 juli 2004 als interim manager werkzaam voor een basiseenheid. Hierbij werd de opdracht meegegeven dat één van de andere bestaande basiseenheden opgeheven zou moeten worden en moest worden samengevoegd met de basiseenheid waarover ik de leiding had. Hieraan gingen diverse besprekingen met de betreffende leidinggevende van de op te heffen basiseenheid, het personeel en het regiomanagement vooraf. Eveneens diende diverse stukken geschreven te worden hoe de samenvoeging te realiseren. Daarbij diende ook aandacht te worden geschonken aan de huisvesting van een grote afdeling. De nieuwe afdeling had een cliëntenbestand van 2500 (thans 1900). De besprekingen en de uitgereikte opgestelde stukken leidden uiteindelijk tot de samenvoeging ultimo 2004. Per 1 juli 2004 werd ik tevens leidinggevende van het in de regio werkzame rekenteam.

In de periode 1 augustus 2005 tot en met 15 december 2005 dienden 838 heronderzoeken met huisbezoek door de betreffende basiseenheid te worden afgehandeld. Deze opdracht is gerealiseerd.

 

Naast kwaliteitsverbetering en verhoging van de productiviteit diende tevens aandacht te worden geschonken aan het terugdringen van het ziekteverzuim.

 

Aan de gestelde doelen is voldaan. Hierbij werd mijnerzijds een bijdrage geleverd. De systematiek van functionerings- en beoordelingsgesprekken werd consequent toegepast; de medewerkers en senioren direct aangesproken op hun functioneren, houding en gedrag zowel naar de collega’s als naar de cliënten. Hierbij werd door mij de stelling gebezigd: “we zeggen wat we doen”en “we doen wat we zeggen”.Periodiek werkoverleg vond consequent plaats.

 

Tevens diende het personeel te worden voorbereid op de komst van de Dienst Werk en Inkomen. Deze dienst ontstaat uit de samenvoeging van de Sociale Dienst Amsterdam, Maatwerk en de NV Werk.

 

In deze periode werd tevens een onafhankelijke en opbouwende kritische kijk en opstelling naar de regiomanager geventileerd, wat een uiterst open en goede samenwerking teweegbracht.

 

 

Offsite  |  Oosteinderweg 399  |  1432 BH  Aalsmeer  |  Tel.: 0297 329974  |  Fax: 084 7194652  |  info@offsite.nl  |  www.offsite.nl